A record of publications from the Dutch Caribbean and Suriname

VBC NEWSLETTER November 2016

In ons staatsbestel wordt aan Ministers onder andere de bevoegdheid gegeven om Ministeriële Beschikkingen en Regelingen uit te vaardigen. Met dergelijk instrumenten wordt aan de Minister de ruimte verstrekt om snel beslissingen te kunnen nemen. Dit impliceert echter niet dat hiermee een absolute carte blanche aan de Minister wordt verleend.
Van een verantwoordelijke Minister mag verwacht worden dat bij het gebruik maken van een dergelijk middel de nodige zorgvuldigheid in acht wordt genomen. Immers de besluiten die worden genomen hebben veelal gevolgen voor de belangen van burgers en bedrijven kortom de samenleving. Bij het uitoefenen van deze bevoegdheid dient derhalve een afweging gemaakt te worden tussen het algemeen belang en de belangen van anderen die door het besluit getroffen kunnen worden.

Tegen deze achtergrond kan de vraag worden gesteld of de op 9 augustus 2016 (PB 2016 no 46) door de thans demissionaire Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn (SOAW) uitgevaardigde Ministeriële Regeling om het minimumloon met ingaande 1 januari 2017 met 9,8% te verhogen en deze in de daarop volgende drie jaren verder op te trekken tot een niveau van bijna 40% voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en de toets van redelijkheid kan doorstaan.
Tegen de wettelijke voorschriften in, is de SER niet gehoord.
Om een autonome verhoging van het minimumloon te kunnen door voeren dient er conform de vigerende minimumloonwetgeving sprake te zijn van een bijzondere omstandigheid. Een gedegen onderbouwing hiervan is niet door de Minister verstrekt.

Download PDF
Share this page:
« Back
Back to Top