Surinaams begrotingstekort slaat om naar overschot

DE WARE TIJD:

Valutareserve 1 miljard US$

19/05/2012

Paramaribo - Werd in 2010 nog een begrotingstekort van drie procent van het bruto nationaal product (BNP) geregistreerd, in 2011 sloeg dit om naar een overschot op de staatsbegroting van ongeveer een procent van het BNP. Dit ondanks het teruglopen van schenkingsmiddelen met één en een kwart procent van het bruto nationaal product, stelt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in zijn jongste publicatie over de reguliere Artikel IV-missie voor Suriname. De schenkingsmiddelen zijn afgenomen, vooral vanwege het opraken van de Nederlandse ontwikkelingshulp.

Het IMF geeft verder aan, dat de staatsschuld in 2011 relatief laag is gebleven. Over de uitstaande schuld bij de VS van ongeveer 32 miljoen US dollar is een regeling getroffen en de lokale betalingsachterstanden van ongeveer SRD 100 miljoen zijn weggewerkt. Ook blijkt dat voorschotten die de overheid bij de Centrale Bank heeft genomen zijn gedaald van 18.5 procent van het BNP eind 2010 naar 17.6 procent van het BNP aan het einde van 2011.

“De betalingsbalans is aanzienlijk versterkt. Export van mineralen, vooral goud, is significant gestegen vanwege hogere prijzen en volumes. Ook de kapitaalrekeningen en financiële rekeningen zijn zichtbaar verbeterd, waarbij de lagere instroom van schenkingen zijn gecompenseerd door hogere leningsuitkeringen voornamelijk van de IDB en China en directe buitenlandse investeringen”, stelt het monetair instituut.

De betalingsbalans registreerde een overschot van meer dan 200 miljoen US dollar, waardoor de bruto internationale reserves tegen eind 2011 zijn gestegen naar bijkans 1 miljard US dollar, gelijk aan 4.9 maanden aan importdekking.

De IMF-missie adviseert de regering het huidige uitgavenniveau strak onder controle te houden. De gemiddelde non-interestuitgaven van 2009-2010 waren ongeveer twee procent van het BNP hoger dan de twee jaren daarvoor, vanwege hogere loonuitgaven en aanbestedingen. Deze trend ging in 2011 terug, maar de regering wordt aangespoord om ervoor te zorgen dat haar uitgaven langzamer stijgen dan de nominale stijging van het BNP op de middellange termijn.-.