Spies verwerpt eerste begrotingswijziging van St. Eustatius



DINSDAG 29 MEI 2012, ORANJESTAD — De Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Liesbeth Spies heeft de eerste begrotingswijziging van St. Eustatius verworpen maar heeft de overheid van St. Eustatius de raad gegeven een nieuw amendement in te dienen gebaseerd op de 1,3 miljoen ‘vrije toelage’ per maand zoals onlangs is goedgekeurd door de Nederlandse regering.

Volgens de gedeputeerde van Financiën Koos Sneek prees Spies, ondanks het negatief advies op de begroting die zij had ontvangen van het College financieel toezicht (Cft), in een brief aan de regering de maatregelen die door het Bestuurscollege zijn genomen om een eventueel tekort te verminderen door nieuwe financiële verplichtingen en aanname van personeel te bevriezen.

Sneek verklaarde dat ‘het feit dat de minister St. Eustatius nog prijst voor zijn pogingen om tot een evenwichtige begroting te komen en voor de genomen maatregelen om de uitgaven te verminderen, duidelijk aangeeft dat de minister zich bewust is dat het eiland zich in een moeilijke situatie bevindt’.

Het was ook duidelijk dat de minister de manier waarop getracht werd om tegemoet te treden aan het advies van het Cft om de voorgestelde begrotingswijziging te staven, waardeerde.

Hij bracht naar voren dat toen de eerste wijziging door Spies werd afgewezen, zij rekening had gehouden met bepaalde risico’s verbonden aan het bewerkstelligen van verwachte inkomsten en uitgaven, die bij uitblijven zouden uitmonden in een begrotingstekort dat conform de Financiële Verordening BES (FINBES) niet toegestaan is.

Hij haalde aan dat de begrotingswijziging unaniem was aangenomen door de Eilandsraad voor indiening ter goedkeuring van de minister. De Eilandsraad was toen op de hoogte van eventuele risico’s in de begrotingswijziging, maar ging ermee akkoord door gebrek aan alternatieven om tot een evenwichtige begroting te geraken.

“Het grootste risico in de begrotingswijziging was het door de regering begrote inkomen dat men moest ontvangen van de minister zelf in de vorm van een vergoeding voor het werkgeversaandeel in de sociale premies, en die 1,2 miljoen dollar per jaar bedraagt”, verklaarde Sneek. Hij voegde eraan toe dat deze onkosten niet waren opgenomen in de 2011-begroting, de eerste begroting van St. Eustatius als een openbaar lichaam maar zij vormden de grootste bron van inkomsten in de 2011-begroting.

Hij haalde aan dat men geen correctie in de vorm van bijstelling van de vrije vergoeding had geïntroduceerd, waardoor evenals in de 2012-begroting het geval was geweest, men wederom kon rekenen op een tekort aan inkomen.

“De loonlijst met meer dan twintig personen die eigenlijk voor de scholen werken, drukt ook zwaar op de begroting van de overheid”, ondanks het feit dat sinds 1 januari 2011 onderwijs een directe verantwoordelijkheid van de minister van Onderwijs is.

Als gevolg van de nieuwe realiteit, kent de regering van St. Eustatius hiervoor geen begroting maar op een jaarlijkse basis vormt deze loonstaat een financiële last van ongeveer een half miljoen dollar voor de overheid.

Hij stelde dat verhoging van de vrije vergoeding van 1,3 miljoen niet bekend was bij St. Eustatius toen de begrotingswijziging werd ingediend. Hoewel deze verhoging bijdraagt in de totstandkoming van een evenwichtige begroting over 2012, zal het eiland zich niet naar behoren van zijn taken en verantwoordelijkheden kunnen kwijten terwijl ook de uitvoering van nieuwe beleidslijnen en de opbouw van de wettelijk voorgeschreven reserves moeilijk wordt.

Sneek verklaarde dat hij de minister al op de hoogte had gebracht van de ernstige financiële problemen waarmee St. Eustatius werd geconfronteerd gedurende de bilaterale ontmoetingen tijdens de BES-week in Den Haag in maart. Dit heeft duidelijk niet tot resultaten geleid.