Rijksministerraad waarschuwt voor faillissement van Curaçao



VRIJDAG, 21 SEPTEMBER 2012

DEN HAAG — De vrees van de Rijksministerraad en het College financieel toezicht (Cft) dat Curaçao afstevent op een faillissement, stond vandaag lijnrecht tegenover het pleidooi van de Curaçaose regering dat er hard gewerkt wordt aan het op orde krijgen van de financiën.

De aanwijzing door de Rijksministerraad is voorbarig en bovendien niet volgens de juiste procedure tot stand gekomen, betoogt mr. Douwe Boersma namens de regering van Curaçao tijdens een hoorzitting door vijf Staatsraden, zoals de leden van de Raad van State worden genoemd.

Als argument dat het noodzakelijk was om op 13 juli een aanwijzing te geven, schetst mr. Eric Daalder namens de Rijksministerraad een zeer donkere toekomst voor Curaçao. “Terwijl de situatie ten tijde van de aanwijzing al slecht was, is die situatie op basis van de huidige gegevens alleen maar verslechterd.” Volgens de meeste recente schattingen zal het huidige tekort op de begroting voor 2012 groeien naar 300 miljoen gulden in 2013 en maar liefst 420 miljoen in 2014 en 2015. Het eigen vermogen van Curaçao, dus bezittingen zoals gebouwen, mag volgens Daalder niet gebruikt worden om die tekorten te dekken, maar het is bovendien ook niet toereikend omdat de waarde hiervan niet reëel is. Het is in de boekhouding van de overheid geschat op 500 miljoen euro, maar is zo’n 315 miljoen minder waard als rekening wordt gehouden met achterstallig onderhoud, zegt hij. “Eind volgend jaar is het eigen vermogen uitgeput. Curaçao stevent af op een faillissement tegen het eind van 2013 als er geen maatregelen genomen worden”, aldus Daalder.

Urgentie

Boersma brengt daar met hulp van de secretaris-generaal van Algemene Zaken Stella van Rijn tegenin dat de Curaçaose regering zijn uiterste best doet om de begroting in evenwicht te krijgen en daarmee te voldoen aan de aanwijzing. Op verzoek van de Curaçaose Staatsraad Robert Vornis noemt Van Rijn als voorbeelden de herstructurering van de gezondheidszorg en de beslissing om de AOV-leeftijd te verhogen van 60 naar 65 jaar, waarbij alleen een uitzondering wordt gemaakt voor werknemers van 58 en 59 jaar. “Dat is een verregaande maatregel, maar we onderschrijven de urgentie omdat de AOV-fondsen uitgeput zijn. De regering is bereid en in staat om stappen te nemen en dat bleek ook tijdens onze eigen Prinsjesdag. Maar u begrijpt dat dergelijke maatregelen niet binnen een dag kunnen worden geïmplementeerd.”

Kees van Nieuwamerongen van het Cft zegt vervolgens desgevraagd dat het Cft wel rekening houdt met de complexiteit van dergelijke maatregelen, maar dat de regering die maatregelen aan het begin van het jaar had moeten nemen. “We hopen dat het nu wel op korte termijn zal gebeuren.”

Staatsraad Hans Borstlap wil daarna weten of de aanwijzing dan toch gezien kan worden als een extra stimulans om bezuinigingsmaatregelen door te voeren, een omschrijving voor de maatregelen die premier Mark Rutte al eerder gebruikte. Van Rijn herhaalt dat bij alle besluitvorming de juiste procedures gevolgd moeten worden, zoals besluiten voorleggen aan de Raad van Advies, de Sociaal Economische Raad (SER), het Georganiseerd Ambtenaren Overleg en uiteindelijk de Staten. “We kunnen wel aangeven dat een advies met spoed moet worden gegeven, maar we kunnen ze niet dwingen”, zegt ze. “Het politiek antwoord is dat alles dat door Nederland opgelegd wordt als weerzinwekkend wordt ervaren, dus dat zegt niets over een eventuele bespoediging”, voegt ze daaraan toe.

Jaap Polak, voorzitter van de commissie van vijf Staatsraden, omschrijft het geschil tussen de Curaçaose regering en de Rijksministerraad na afloop als een ernstige problematiek. “De Raad van State zal komen tot een ontwerpbesluit dat naar de partijen wordt verzonden, maar niet openbaar is. Ik kan niet zeggen wanneer, maar de situatie vraagt er wel om dat we het zo snel mogelijk proberen te doen.”