Raad van State wijst Curaçaos verzoek om uitstel aanwijzing af



DONDERDAG, 23 AUGUSTUS 2012

DEN HAAG — De Curaçaose regering mag de begrotingstekorten uit 2010 en 2011 voorlopig niet compenseren met het eigen vermogen, maar moet zich houden aan de aanwijzing door de Rijksministerraad, waarin concrete maatregelen worden geëist. De Raad van State wees vandaag het verzoek om uitstel op dat punt af. Een beslissing over de vacaturestop en een verbod op het aangaan van nieuwe verplichtingen nam de Raad van State nog niet, in afwachting van meer informatie.

De Curaçaose regering vroeg om de schorsing van het aanwijzingsbesluit in afwachting van een bezwaar op inhoudelijke punten, dat ook door de Raad van State beoordeeld wordt, maar meer tijd in beslag neemt. Omdat de aanwijzing onwerkbaar en schadelijk zou zijn, wilde de regering een voorlopige voorziening in de vorm van een aanpassing van de aanwijzing, zodat het eigen vermogen wel gebruikt kan worden voor de tekorten, nieuwe werknemers kunnen worden aangenomen en noodzakelijke uitgaven kunnen worden gedaan.

De Rijksministerraad vindt de aanwijzing echter rechtvaardig en noodzakelijk en de Raad van State is het daar deels mee eens. “De voorzieningeninstantie van de Raad van State van het Koninkrijk is van oordeel dat het verzoek om de begrotingstekorten over 2010 en 2011 te dekken met eigen vermogen de essentie raakt van het doel en de strekking van het aanwijzingsbesluit. Omdat schorsing van dit onderdeel van het besluit tot onomkeerbare gevolgen kan leiden, moet het worden afgewezen”, aldus de Raad van State in een persbericht. In de uitspraak anticipeert de Raad van State op de mogelijke uitspraak over het inhoudelijk bezwaar dat door de Curaçaose regering is ingediend. Het is niet aannemelijk dat enige vertraging nog kan worden ingehaald als het inhoudelijk bezwaar wordt afgewezen, maar het is wel mogelijk om inkomstenverhogende en kostenverlagende maatregelen terug te draaien als het inhoudelijk bezwaar terecht blijkt te zijn.

Vacaturestop

Over de vacaturestop en het verbod op het aangaan van nieuwe verplichtingen schrijft de Raad van State dat het onduidelijk is of die eisen uitvoerbaar zijn of voor juist voor schade zorgen, als later blijkt dat ze onterecht in de aanwijzing zijn opgenomen. Tijdens de zitting werd door mr. Douwe Boersema aangegeven dat er inmiddels nieuwe afspraken zijn gemaakt met het College financieel toezicht, maar dat ook die nieuwe afspraken voor problemen zorgen. “Hoewel er op dit punt nadere afspraken zijn gemaakt tussen Curaçao en het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten, is over de aard en inhoud van deze afspraken onvoldoende duidelijkheid verkregen. Curaçao krijgt de gelegenheid om nadere informatie over deze afspraken te verschaffen, waarna de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) daarop kan reageren”, aldus de Raad van State, die dan alsnog een beslissing zal nemen op dit onderdeel. De toestemming van de minister van Financiën voor alle uitgaven is echter wel op zijn plaats, ‘aangezien dit toezicht een essentiële waarborg biedt in het kader van de aanwijzing’, aldus de Raad van State.

Een ander argument dat Boersema woensdag inbracht, namelijk dat de Curaçaose regering te laat in staat zou zijn gesteld om te reageren op de aanwijzing, is van ondergeschikt belang, meldt de Raad van State tot slot. “Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat uit de aanbevelingen van het College financieel toezicht in een vroeg stadium viel op te maken wat te verwachten zou zijn, indien niet aan de in artikel 15 van de Rijkswet gestelde normen zou worden voldaan.”

Het oordeel van de Raad van State komt een dag voor de Rijksministerraad, waarin wordt besproken welke vorderingen er gemaakt zijn bij het naleven van de aanwijzing. Gisteren werd duidelijk dat de Rijksministerraad zich morgen onder meer zal buigen over de vraag of het eigen vermogen gebruikt mag worden als compensatie voor tekorten. Het oordeel van de Raad van State dat dit niet mag, zal zeker bij die afweging meetellen.



24 AUGUSTUS 2012

Volledige uitspraak Raad van State in AD 24.08.12