Oordeel Raad van State: Aanwijzing van Rijksministerraad aan Curacao verlengd in afgezwakte vorm



DINSDAG, 06 NOVEMBER 2012

DEN HAAG — De aanwijzing van de Rijksministerraad blijft gelden, al hoeft de Curaçaose regering aan minder eisen te voldoen bij het in balans brengen van de begroting. Dat staat in het vandaag gepubliceerde Koninklijk Besluit met daarin een herziene aanwijzing op basis van het oordeel van de Raad van State. De voormalige regering van premier Gerrit Schotte en het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken zijn daarmee beide deels in het gelijk gesteld.

De regering van Curaçao moet volgens de herziene aanwijzing nog steeds tekorten compenseren door structurele maatregelen, maar een aantal randvoorwaarden zijn geschrapt omdat ze overbodig zijn, geen wettelijke basis hebben of onvoldoende aan de orde kwamen in de Rijksministerraad van 13 juli, waarbij toenmalig premier Schotte aanwezig was. Dit was tevens één van de belangrijkste bezwaren die Douwe Boersema namens de Curaçaose regering inbracht tijdens de hoorzitting bij de Raad van State.

“Een aantal (...) onderdelen uit de aanwijzing van 13 juli 2012 vervallen (...) omdat zij niet ontleend zijn aan het advies van het College financieel toezicht en daardoor niet voldoende kenbaar waren bij de behandeling van de aanwijzing in de Rijksministerraad. Ook biedt de Rijkswet Financieel Toezicht Curaçao en St. Maarten er op enkele onderdelen geen grondslag voor”, aldus het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een verklaring.

In de herziene aanwijzing hoeft de Curaçaose regering niet elke maand een liquiditeitsoverzicht en een voortgangsrapportage te overhandigen aan het Cft en de Rijksministerraad, omdat er geen wettelijke basis voor is. De specificatie is bovendien overbodig, omdat de Rijkswet Financieel Toezicht al verplicht tot het geven van informatie aan het Cft. Ook het voorafgaand toezicht op uitgaven door de minister van Financiën komt te vervallen, onder meer omdat het in de praktijk lastig is om op die manier de begroting in balans te krijgen. Tot slot is de eis om de financiële situatie van overheids-nv’s te verbeteren geschrapt, aangezien de Rijkswet alleen betrekking heeft op het dividendbeleid en de aankoop of verkoop van een belang in overheids-nv’s.

Tekort

Aan de belangrijkste eisen moet de Curaçaose regering echter nog wel voldoen, ook als het gaat om diezelfde overheids-nv’s. Er is weliswaar geen verplichting om overheids-nv’s financieel gezond te maken, maar zolang de overheidsbedrijven geen goede basis hebben, mogen er geen dividenden gebruikt worden voor het compenseren van tekorten. Dat compenseren van tekorten blijft noodzakelijk.

De regering moet het tekort van 55 miljoen gulden over de jaren 2010 en 2011 wegwerken met een overschot in 2012 en structurele maatregelen nemen voor het wegwerken van de tekorten in de gezondheidszorg, de oudedagsvoorzieningen en het onderwijs. Het eigen vermogen, nieuwe leningen en ook de reserves van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) mogen daar niet voor gebruikt worden, mede doordat reserves snel in omvang afnemen. Het vermogen van de SVB op 31 december 2013 werd ten tijde van de zitting geschat op 55 miljoen gulden terwijl het op 10-10-‘10 nog een bedrag van 718 miljoen was, terwijl het vermogen van het land Curaçao is gekrompen van 295 miljoen gulden op 31 december 2011 naar een kleine 20 miljoen gulden aan het einde van 2012.

Ook het verbod om geld te lenen voor een nieuw ziekenhuis is overgenomen uit de oorspronkelijke aanwijzing. Er mag pas geld geleend worden als er een plan is voor een goede exploitatie. Tot slot mogen er alleen mensen worden aangenomen voor belangrijke functies als inspecteur en alleen als er een vacature is. Het bezwaar van de Curaçaose regering dat er te weinig tijd was voor verweer tegen de aanwijzing, werd door de Raad van State van de hand gewezen.

In een reactie op het Koninklijk besluit benadrukt de kersverse minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ronald Plasterk de noodzaak van begrotingsevenwicht, zodat belangrijke voorzieningen voor de bevolking ook in de toekomst nog betaald kunnen worden. “In dat kader is het prijzenswaardig dat de interim-regering van Curaçao de omvang en de ernst van de situatie volledig onderkent en serieuze inspanningen doet om het proces tot herstel in te zetten”, aldus het ministerie in een toelichting.