Onderzoek Babel gesloten, vonnis 11 maart

VRIJDAG, 19 FEBRUARI 2016

WILLEMSTAD — Het gehele onderzoek in de zaak Babel is nu gesloten. Rechter Irma Lips heeft de repliek van het Openbaar Ministerie (Gert Rip en Philomijn van Logten), de dupliek van de verdediging (Eldon ‘Peppie’ Sulvaran en Paula Janssen) en de laatste woorden van verdachten Gerrit Schotte en Cicely van der Dijs vanochtend aangehoord en zal op 11 maart om half negen ‘s ochtends het vonnis uitspreken.

Officier van justitie Rip reageerde op wat de verdediging afgelopen woensdag naar voren bracht. Vervolgens reageerden Sulvaran en Janssen hierop. Het werd een welles-nietes verhaal. Sulvaran nam tevens een zelfgemaakt diagram mee, met een beeld van de gang van zaken, zoals de ‘valse start van het onderzoek en degenen die tegen Schotte en zijn handlangers hadden samengezworen’.

Rip reageerde als eerste op het citaat van Malcom X, ‘I’m for the truth’, waarmee Sulvaran zijn pleidooi afgelopen woensdag begon. “Dat citaat past veel beter boven een requisitoir van het OM. Het OM is, net als de rechter, altijd op zoek naar de waarheid; de strafadvocaat niet altijd. Voor de advocaat staat maar één belang voorop, dat van zijn cliënt.” En dat belang is vaak juist niet het vinden van de waarheid, maar eerder het verhullen ervan, aldus Rip. “Alles in het belang van de cliënt en dat is geen waardeoordeel. Dat is nu eenmaal de taak van de advocaat in het strafproces.”

Rookgordijn

Volgens Rip is het de verdediging met de 185 pagina’s van het pleidooi niet gelukt de veelheid aan bewijs tegen de verdachten te weerleggen. “Er werd uitgebreid met de beschuldigende vinger gewezen naar anderen, om de aandacht af te leiden van waar het echt om gaat, namelijk de beschuldigingen aan het adres van Schotte en Van der Dijs en de ernst van die feiten.”

Rip benadrukte dat een complottheorie – dus dat Schotte politiek uitgeschakeld moet worden – als rookgordijn ten tonele is gevoerd. Dat complot heeft nooit bestaan, er zijn wettige en overtuigende bewijzen dat hij ernstige strafbare feiten heeft gepleegd.

Op het verweer dat de start van het onderzoek in deze zaak illegaal was, zei Rip dat dat niet betekent dat de verdachten zich niet schuldig hebben gemaakt aan de feiten.


Bewijsconstructie

Sulvaran noemde opnieuw het ‘feit’ dat Corallo (casinobaas Fransesco Corallo) nooit een vinger in de pap heeft kunnen krijgen in het politieke bedrijf van Curaçao noch in de politieke partij MFK. Zo is Corallo, noch een tot zijn concern behorend persoon, op een belangrijke post terechtgekomen. “Dat Schotte oneigenlijke wegen heeft bewandeld bij de voorgestelde benoeming van Baetsen (Corallo’s rechterhand Rudolf) blijkt evenmin. Kandidaat Baetsen is gewoonweg voorgelegd en goedgekeurd door de ministerraad.”

Hij noch zijn bedrijf is nooit en te nimmer – al dan niet via Schotte – op duistere wijze aan een bepaalde (commerciële) aanbesteding op Curaçao gekomen, aldus Sulvaran. “Er is kennelijk door Corallo slechts één informatieve e-mail verstuurd naar Schotte, en niet andersom. Niets minder, maar vooral niets meer dan dat. Kortom, er is niet één project aan Corallo vergund.” Sulvaran bedoelde de e-mail van februari 2012, waarin Corallo aan Schotte vraagt of hij een aanbevelingsbrief voor hem wil schrijven ten behoeve van een visumaanvraag voor de Verenigde Staten. Echter, uit het dossier blijkt niet dat die brief ook echt verzonden is, aldus Sulvaran. Het visum heeft Corallo ook niet gekregen.

De verdediging verzet zich met klem tegen deze bewijsconstructie én de onderbouwing van de strafeis. “Het is vloeken in de strafvorderlijke kerk. Waarom? Allereerst omdat de beweringen simpelweg onjuist zijn. Zij vinden geen steun in het omvangrijke dossier Babel, noch in de tenlastelegging die uitgaat van toekomstige beïnvloeding.”


Strafmaat

Sulvaran voerde tevens aan dat de strafeisen zeer fors zijn en niet in verhouding staan tot de ernst van de feiten en de gevolgen die het voor de betrokken heeft gehad. “Sterker nog, er is in deze zaak geen concreet benadeeld persoon of slachtoffer aanwijsbaar, zodat daarmee in het nadeel van cliënten ook geen rekening behoeft te worden gehouden.”

Bron: Amigoe, Curacao