Nederlandse minister Spies garandeert vrije evaluatie BES ondanks wijziging Nederlandse grondwet



ZATERDAG, 13 OKTOBER 2012

DEN HAAG — De Grondwetswijziging waarmee de status van Bonaire, St. Eustatius en Saba wordt vastgelegd als openbaar lichaam van Nederland, zal de afgesproken evaluatie van diezelfde status op geen enkele wijze beperken. Dat was de boodschap van demissionair minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Liesbeth Spies afgelopen woensdag tijdens het Tweede Kamerdebat over de Grondwetswijziging.

“Wij moeten het voorstel niet groter of kleiner maken dan het is. Het verankeren van het kiesrecht en de status van openbare lichamen is een grondwettelijke basis die nu mist. (...) Ik beklemtoon dat wij nu niet voorsorteren op de uitkomsten van de evaluatie, in welke richting dan ook. Wij verschaffen een wettelijke basis die onder alle omstandigheden moet bestaan en waarmee tevens recht kan worden gedaan aan de resultaten van de evaluatie”, aldus Spies.

De minister reageerde op de zorg van verschillende Tweede Kamerleden dat de grondwetswijziging de keuzemogelijkheden beperkt, bijvoorbeeld een keuze om toch een volwaardige gemeente te worden. Het is tevens het voornaamste bezwaar van de drie eilanden zelf, die zelf ook vertegenwoordigd waren. De gedeputeerden Chris Johnson van Saba, Burney El Hage en James Kroon van Bonaire en Glenville Schmidt van St. Eustatius waren als toehoorders aanwezig bij het debat.

Wassila Hachchi van D66 benadrukte dat men op de eilanden de grondwetswijziging wel als een belemmering ziet. “Wat heeft de minister gedaan om de beeldvorming te veranderen en om de eilandsraden en de mensen op de eilanden te informeren over de werkelijke betekenis van deze grondwetswijziging”, zei ze. Ook het kersverse Kamerlid Gert-Jan Segers van de Christen Unie vroeg zich af of de eilanden wel de gelegenheid hadden om hun mening te geven. “Ik zou mij kunnen voorstellen dat de minister er desnoods heen vliegt en partijen oproept om rond de tafel te gaan zitten”, zei hij.

Spies sprak dat echter tegen. Hoewel het lang duurde, stuurden de drie eilanden afgelopen zomer wel hun kritiek op het voorstel. “Er is wel degelijk een uitnodiging uitgegaan. Als er om wat voor reden dan ook geen gebruik van wordt gemaakt, dan is dat iets anders dan de conclusie te trekken dat er geen consultatie heeft plaatsgevonden.”

De minister benadrukte ook dat het niet gepast is om met de wijziging te wachten tot na de evaluatie, omdat de Tweede Kamer zelf om een snelle behandeling vroeg. Maar uitstel is ook niet nodig. Door de speciale procedure die geldt voor Grondwetswijzingen moet het voorstel door de Eerste en Tweede Kamer van twee achtereenvolgende kabinetsperiodes worden behandeld. De huidige Tweede Kamer stemt op dinsdag 23 september over het voorstel, maar de definitieve stemming vindt pas plaats over vier jaar door de volgende Tweede Kamer, aldus Spies.

Gelijkheid

Ook inhoudelijke bezwaren werden naar voren gebracht. D66-Tweede Kamerlid Hachchi en Madeleine van Toorenburg van het CDA vroegen expliciet naar de twijfels van de Raad van State en het College van de Rechten van de Mens over de differentiatiebepaling. Hierin wordt benadrukt dat de eilanden een bijzondere positie hebben, een regel die volgens de eilanden de indruk wekt dat er eerste- en tweederangs Nederlanders zijn. Christen Unie-parlementariër Segers wees in dat verband op enige willekeur. “De verschillen tussen hier en daar waren blijkbaar niet van belang bij de op de eilanden controversiële wetgeving met betrekking tot bijvoorbeeld abortus en het homohuwelijk, maar de verschillen waren wel weer relevant op materieel terrein, bijvoorbeeld als het gaat om de hoogte van een uitkering. (Het is) zeer raadzaam om juist ook de gelijkwaardigheid van onze medeburgers in het Caribisch deel van Nederland te benadrukken. Ik heb daarom een amendement ingediend om de differentiatiebepaling aan te vullen met een zinsnede die de gelijkwaardigheid van de bewoners van de BES-eilanden onderstreept”, zei hij.

Volgens Spies is dat echter niet nodig, omdat het gelijkheidsbeginsel altijd het uitgangspunt zal blijven. “De differentiatiebepaling, de bijzondere positie van de openbare lichamen gegeven de bijzondere omstandigheden waar zij mee van doen hebben, was in het Statuut verankerd en wordt nu in onze Grondwet verankerd. Daarmee verandert dus vooral de plek waar die bepaling is opgenomen, onder volledige instandhouding van artikel 1 van de Grondwet, het gelijkheidsbeginsel.” Het artikel sluit ook aan bij de vereisten van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. “Wij hebben al invulling gegeven aan de aanbeveling dat iedere keer expliciet moet worden aangegeven welke voorstellen al dan niet consequenties voor de openbare lichamen hebben”, aldus Spies.