Nationale dialoog op Curacao: elke burger moet 2000 gulden inleveren



VRIJDAG, 12 OKTOBER 2012

WILLEMSTAD — Elke burger moet in 2013 2000 gulden inleveren. Interim minister van Financiën, José Jardim, deed vanochtend een boekje open over de ernst van de financiële situatie van Curaçao. Per huishouden gaat de koopkracht met 5600 achteruit. Als er geen maatregelen worden genomen groeit het begrotingstekort in 2017 tot 500 miljoen. Hoe er precies moet worden ingeleverd werd vandaag niet gezegd. Vandaag maakte het kabinet met de eerste sessie van een nationale dialoog in het WTC over de verslechterde financiële situatie, de weg vrij voor breed gedragen structurele oplossingen (zie foto). Volgende week komen onderwerpen zoals de basisverzekering ziektekosten, het aov en de bouw van het nieuwe ziekenhuis aan bod. Gisteren al meldde de minister tijdens de wekelijkse persconferentie van de Raad van Ministers dat de slechte financiële situatie van Curaçao gefaseerd moet worden opgelost. Een lastenverzwarende noodmaatregel zou volgens Jardim de economische ontwikkeling van het eiland slechts verergeren. Structurele maatregelen nemen is de enige uitweg.

Volgens Jardim heeft de Curaçaose regering te lang gewacht met het aanpakken van de verslechterde financiële situatie van het land. “We hebben een kans gemist”, aldus Jardim. Volgens hem werd de deficiëntie met cosmetische oplossingen gedekt, maar de oorzaken voor het tekort werden nooit aangepakt. “Hoe langer je de oplossing uitstelt hoe pijnlijker de situatie. Hoogstwaarschijnlijk moeten we met Nederland om de tafel gaan zitten om het probleem op te lossen.”

Acties kunnen niet worden tegengehouden, maar het tempo waarop deze maatregelen worden ingevoerd kan de regering wel bepalen. Volgens Jardim moet er een pakket van maatregelen doorgevoerd worden. Deze moeten in goed overleg met de sociale partners genomen worden. Volgens Jardim is het ontslaan van ambtenaren een ultimum remedium. Door de personeelsstop die eerder dit jaar is afgekondigd bespaart de overheid 12 miljoen gulden. De afslanking van het ambtenarenapparaat gaat via natuurlijke afvloeiing. Personen die met pensioen gaan worden niet vervangen. De taken binnen het ambtenarenapparaat worden efficiënter verdeeld. Volgens Jardim is de invoering van een crisisheffing een uiterst middel. Bovendien zou de invoering van een dergelijke crisisheffing een diepe recessie op gang brengen. “Dat betekent een forse toename van de werkloosheid en dat willen we voorkomen”, zegt Jardim.

Draagvlak

Volgens de interim-minister verdwijnen de begrotingsproblemen niet van de een op de andere dag. Iedereen zal moeten inleveren. De twee grootste hervormingen die doorgevoerd moeten worden zijn de basisverzekering ziektekosten (bvz) en de AOV. Voor beide conceptwetten die door de vorige regering zijn ingediend bestaat geen draagvlak. Dat is de rode lijn van het advies van de SER over de bvz. Zo zou er onvoldoende rekening zijn gehouden met eventuele risico’s, zoals daling van de koopkracht, welke weer slecht is voor de economische ontwikkeling van het eiland. Ook gaat de conceptwet niet gepaard met voorstellen voor een flankerend beleid om de pijn van zwakkeren in de maatschappij te verlichten. Bovendien is de conceptwet geen hervorming van de gezondheidssector maar een financiële maatregel om de tekorten op de begroting te dekken.

De vorige regering wende de financiële buffers aan om tekorten te dekken. Zo is er een half miljard verdwenen van de reserves van de publieke sector. Jardim herhaalde de slechte vooruitzichten die de directie van de SVB eerder heeft aangekondigd. In 2013 zijn de reserves van de SVB uitgeput. Deze reserves worden nu nog gebruikt om de tekorten in het AOV-fonds te compenseren. De gezondheidszorg kent geen reserves. Jaarlijks moet de regering ongeveer 100 miljoen gulden bijleggen.

Concrete cijfers over het tekort van 2012 kon de minister gisteren niet aanleveren. Vandaag zou hij tijdens de nationale dialoog het huishoudboekje van de regering openen. Dat we dit jaar niet met een surplus op de begroting afsluiten is echter wel zeker. Dit in tegenstelling tot de verklaringen van oud-minister van Financiën George ‘Jorge’ Jamaloodin, die tijdens zijn bewind zei dat de begroting een overschot kent.