Geld misdaden in nieuw fonds voor bestrijding criminaliteit op Aruba



MAANDAG, 12 NOVEMBER 2012

ORANJESTAD — De regering wil daadkrachtiger optreden zo blijkt uit het ontwerp-landsverordening tot oprichting van een criminaliteitsfonds en een wijziging van de Landsverordening verdovende middelen. En vandaag debatteert het parlement hierover.

Criminaliteitsbestrijding vergt volgens de regering telkens meer van justitie. En dan gaat het met name over de personeelsbezetting als over het financiën. Criminelen maken namelijk steeds meer gebruik van moderne mogelijkheden op technologisch en financieel gebied. De regering vindt dan ook dat veranderingen moeten worden aangebracht in de werkwijze zodat justitie deze ontwikkelingen ook kan bijhouden en gepast kan optreden. Daarom wil zij voor de bestrijding van criminaliteit structureel en incidenteel extra geld beschikbaar stellen. Het geld hiervoor moet onder meer gevonden worden in de opbrengsten uit de misdaad zelf, bijvoorbeeld uit geld dat in beslag genomen wordt of de verkoop van in beslag genomen goederen.

Het ontwerp Landsverordening Criminaliteitsbestrijdingsfonds werd door de Staten van Aruba afgelopen oktober ontvangen en in september van dit jaar de wijziging op de Landsverordening verdovende middelen. Maar niet nadat de Raad van Advies zich hierover had gebogen en advies had uitgebracht. En die plaatste nog wel een aantal vraagtekens.

Vraagtekens

Over het criminaliteitsfonds vroeg de Raad zich onder andere af of de beoogde planmatige en doeltreffende aanwending van de gelden in dit fonds wel realiseerbaar zijn. Dit omdat het vermogen van het fonds afhankelijk is van onzekere omstandigheden en een dus onzeker vermogen. Zij achtte het dan ook wenselijk dat de vraag ‘in hoeverre het voeren van een structureel criminaliteitsbestrijdingsbeleid’ mogelijk is, beantwoord zou worden. En vanwege de summiere beschrijving van de financiële gevolgen in het ontwerp, stelde de Raad, dat het tenminste mogelijk moet zijn om een indicatie te geven van de opbrengsten die de overheid al heeft gekregen. De Raad kon zich verder met de doelstelling en de inhoud van het ontwerp verenigen. Maar gaf in overweging het ontwerp aan de Staten aan te bieden nadat aan de opgesomde punten aandacht was besteed.

Preventief fouilleren

De regering wil ook daadkrachtiger optreden, en dan met name preventief, tegen drugs en de overlast die ermee gepaard gaat. Maar zij acht, ondanks dat de opgenomen bevoegdheden betrekkelijk ver gaan, deze niet toereikend. Volgens hen is het gezien de toenemende verkoop en gebruik van verdovende middelen wenselijk dat de bestaande toezichthoudende bepalingen verruimd worden. En dan met name de bevoegdheid om personen aan lichaam en kleding te kunnen onderzoeken. Dit wordt volgens de regering als een bijzonder gemis ervaren in de praktijk.

Maar de Raad gaf de minister in overweging om het ontwerp niet aan de Staten aan te bieden. Volgens de Raad ontbrak er namelijk ‘een deugdelijke onderbouwing’ van de gesignaleerde problemen en werden er voornamelijk stellingen aangevoerd. Ook wees hij erop dat de drugsproblematiek beter in kaart moet worden gebracht om zo te kunnen beoordelen of de maatregelen, waaronder dus de verruiming van de toezichtmogelijkheden en dwangmaatregelen, wel effectief en gerechtvaardigd zijn. En de Raad stelde dat, onder andere gelet op de jurisprudentie van het Europees Hof, het ontwerp geen garanties biedt tegen willekeurig optreden. Volgens de Raad ontbreekt bij het uitvaardigen van het bevel door de officier van justitie ook een minimum aan vereisten, met name een beperking van plaats, tijd en aanleiding. En op deze manier is de kans op een willekeurige uitvoering van het bevel onaanvaardbaar groot. Want dat betekent dat iedere burger preventief gefouilleerd kan worden zonder dat er enige verdenking is.

De Raad pleit er dan ook voor dat de burger beter wordt beschermd door onder andere deze vooraf op te hoogte te stellen als justitie preventief gaat fouilleren. Daarnaast geldt ook de eis dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer noodzakelijk moet zijn in een democratische samenleving. En hier wordt niet aan voldaan, vandaar dat de Raad zich niet kan verenigen met de inhoud en doelstelling van het ontwerp tot wijziging van de Landsverordening verdovende middelen.

Inmiddels heeft de minister van Justitie aan de hand van het advies betoogd welke aanpassingen wel en welke niet zijn doorgevoerd. Vervolgens is het ontwerp aangeboden aan de Staten en werd hierover vandaag gedebatteerd.