Geen geld slachtoffercursus

22 februari 2017

Willemstad - Op de Justitiebegroting is weliswaar, na aanbevelingen in 2012 door de Raad voor de Rechtshandhaving (RvR), geld vrijgemaakt voor Bureau Slachtofferhulp Curaçao, maar niet voor de aanbevelingen die betrekking hebben op de rol van het Korps Politie Curaçao (KPC) bij hulp aan slachtoffers. Dat is de belangrijkste reden waarom er niet gewerkt is aan het opzetten van reguliere cursussen voor de KPC-leden.

Dit blijkt uit het review-onderzoek van de Raad voor de Rechtshandhaving (RvR) die vier jaar na het eerste onderzoek is nage- gaan wat er wel en niet aan aanbevelingen is opgevolgd. Ten aanzien van het KPC komt de RvR tot de conclusie dat geen van de aanbevelingen is opgevolgd. Wordt het verslag nader bekeken dan blijkt dat er op de Justitiebegroting weliswaar extra geld is gereserveerd voor het Bureau Slachtofferhulp zelf, maar niet voor het KPC met betrekking tot dit bureau.

Zo is in 2012 aanbevolen om op reguliere basis cursussen te verzorgen, in samenwerking met het Bureau Slachtofferhulp. Het KPC stelt hierover in het RvR-verslag: ,,Het ministerie van Justitie heeft geen middelen op de begroting opgevoerd ten behoeve van het Bureau Slachtofferhulp. Het vorenstaande brengt met zich mee dat het KPC onmoge- lijk (aangezien er geen ‘from the shelf’-cursussen in dit kader intern beschikbaar zijn) maatwerkcursussen kon organiseren. Bovendien beschikt het KPC niet over een interne opleidingsafdeling, maar worden de opleidingen voornamelijk bij het Opleidingsinstituut Rechtshandhaving en Veiligheid (ORV) ingekocht. Steeds wisselend personeel (al dan niet vrijwillig) bij het Bureau Slachtofferhulp wordt door het KPC ook als een belemmerende factor gezien bij de executie van een continuerend scholingsplan.

Personeel van het KPC en de Stichting Slachtofferhulp hebben wel gezamenlijk deelgenomen aan cursussen en themadagen op het gebied van onder andere mensensmokkel, mensenhan- del en relationeel geweld. Ook is er een presentatie geweest van het Bureau Slachtofferhulp aan het personeel van de meldkamer, ter optimalisering van de samenwerking.” Op twee aanbevelingen, die niet kostbaar lijken te zijn, schiet het KPC echter wel tekort. Zo is aanbevolen om bij alle aangiftepunten het aantal slachtoffers dat vanuit het KPC is doorverwezen dan wel is geadviseerd om zich bij het Bureau Slachtofferhulp te registreren.

Deze registratie heeft niet plaatsgevonden. Ook zou er in samenwerking met het Bureau Slachtofferhulp gewerkt moeten zijn aan richtlijnen, instructies en criteria op basis waarvan leden van het KPC een persoon moeten doorverwijzen naar het Bureau Slachtofferhulp.

Hierover staat in het review-rapport: ,,Er zijn door het KPC geen officiële instructies met criteria ontwikkeld. De slachtoffers worden vanuit aangiftepunten doorverwezen naar het Bureau Slachtofferhulp en bij incidenten waarbij de procedure ‘Optreden plaats delict’ wordt opgestart, wordt de piketfunctionaris van het Bureau Slachtofferhulp via de centrale meldkamer van het KPC ingelicht.”

Bron: Antilliaans Dagblad, Curacao