FATF accepteert voorstel voor verduidelijking inkeerregeling Curaçao



ZATERDAG, 23 JUNI 2012

WILLEMSTAD — Tijdens de plenaire vergadering van de Financial Action Task Force (FATF) in Rome, Italië (20 tot 22 juni) is de Curaçaose inkeerregeling besproken. Het voorstel van de Curaçaose delegatie, om op korte termijn nadere gegevens uit te wisselen met het FATF-secretariaat, werd goedgekeurd.

De FATF had behoefte aan meer duidelijkheid inzake de beschrijving van de werking van de regeling in bepaalde documenten. Op de wet zelf waren er geen aanmerkingen, aldus de minister van Algemene Zaken in een persbericht vandaag.

Tijdens de besprekingen in Rome, aldus het persbericht, is doorgesproken hoe door middel van enkele tekstuele aanpassingen en nadere uitwisseling van gegevens elke zorg weggenomen kan worden dat de regeling niet conform de FATF-voorschriften zou zijn. De plenaire vergadering heeft afgezien van het voorstel van het secretariaat om Curaçao te verwijzen naar de ICRG, de International Cooperation Review Group, ter nadere analysering van de inkeerregeling. Dit is een traject dat meerdere maanden in beslag neemt.

De vrijwillige inkeerregeling maakt onderdeel uit van de Landsverordening belastingvoorzieningen 2011. Deze tijdelijke regeling is op 1 januari 2012 van kracht geworden en is geldig tot en met 31 december 2012. Het betreft een wettelijke regeling, waarbij Curaçaose belastingplichtigen tot dusver verzwegen inkomsten bij de belastingdienst kunnen opgeven tegen een verlaagd tarief en er geen boete opgelegd zal worden. De Curaçaose wetgeving kent ook een permanente inkeerregeling waarbij de normale tarieven van toepassing zijn, maar waarbij de reguliere boetes (maximaal 100 procent) gematigd worden tot maximaal 15 procent.

Het persbericht meldt verder dat er naar aanleiding van de wettelijke regeling diverse vragen werden gesteld door belastingplichtigen, die wilden weten of zij bij inkeer strafrechtelijk vervolgd konden worden. “De antwoorden zijn gegeven in enkele documenten, die in december 2011 en januari 2012 gepubliceerd zijn. Het belangrijkste punt dat aan de orde was en werd verduidelijkt, was dat bij inkomsten uit een legale bron geen strafvervolging ingesteld zou worden. Bij een redelijk vermoeden dat de inkomsten uit een illegale bron afkomstig zouden zijn, zal de zaak bij de officier van Justitie aangemeld worden.”

De tekst van de gepubliceerde documenten bleek voor het secretariaat van de FATF tot enige bezorgdheid te leiden, aldus het ministerie van Algemene Zaken. “De oorzaak hiervan was dat de documenten op zichzelf beoordeeld werden en niet in combinatie met de overige wetgeving en ook niet in onderling verband. Het secretariaat van de FATF heeft hiervan een rapport opgemaakt, dat op de agenda van de vergadering in Rome is geplaatst. Curaçao heeft hierop een reactie geschreven en aanvullende documentatie gegeven. Curaçao heeft de vergadering kunnen overtuigen dat het handelt naar de letter en de geest van de genoemde ‘best practices’.”

Wel is overeengekomen om de tekst van de documenten zodanig aan te passen dat de ongerustheid van de FATF wordt weggenomen. Voor belastingplichtigen die willen inkeren of dit reeds hebben gedaan verandert er niets, want met de tekstuele aanpassingen worden geen inhoudelijke wijzigingen beoogd, aldus het persbericht.

Curaçao werd in Rome vertegenwoordigd door professionals van de Sector Fiscale Zaken van het ministerie van Financiën, het ministerie van Algemene Zaken en de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. Ze maakten deel uit van de delegatie van het Koninkrijk der Nederlanden.

 



23 JUNI 2012

AD 23.06,12 I