Directeuren trustbedrijven vechten vonnissen witwaspraktijken aan op St. Maarten



ZATERDAG, 10 NOVEMBER 2012

PHILIPSBURG — “Het Parket van de Officier van Justitie heeft de onderzoeken verkeerd aangepakt en het vonnis van de rechter van het Gerecht in Eerste Aanleg was belachelijk.” Dit is de mening van de directeur van Standard Trust Company (STC) NV Allard Stamm (51). Samen met mededirecteuren Corinne De Tullio-Stamm (49) en Jodi Lynn Garner (39) heeft hij beroep aangetekend tegen hun veroordeling in december 2010 voor witwaspraktijken en MOT-overtredingen.

Het Gerecht in Eerste Aanleg heeft STC veroordeeld tot betaling van een boete van 90.000 gulden. De directeuren zijn veroordeeld tot een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en boetes van 10.000 gulden.

Advocaat-generaal Taco Stein haalde donderdag aan dat het Openbaar Ministerie tot dezelfde conclusies was gekomen en alle verdachten als verantwoordelijk en strafbaar beschouwde. Hij verzocht het Hof echter de proefperiode met een jaar te verlagen. Hij eiste ook geen onvoorwaardelijke straffen. Dit houdt verband met het feit dat voorwaardelijke straffen niet op het strafblad komen, in tegenstelling tot onvoorwaardelijke straffen.

Stein eiste dat STC veroordeeld zou worden tot een boete van 90.000 en dat elk van de drie directeuren veroordeeld zou worden tot negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en boetes van 10.000 gulden.

De advocaat-generaal verklaarde bewezen dat STC en haar directeuren oud-politiecommissaris Marcel Loor en zijn vriendin Charlene Craig hadden geholpen om aanzienlijke bedragen op illegale wijze in circulatie te brengen.

De STC-directeuren volhardden in hun onschuld. Het duurde bijna twee jaar voor hun zaak in hoger beroep werd behandeld. In die periode werd een groot aantal getuigen verhoord. Advocaten, detectives en leden van het Unusual Transactions Reporting Centre MOT op Curaçao werden gehoord.

De strafzaak tegen het trustbedrijf was het gevolg van een zaak tegen Loor, die onherroepelijk werd veroordeeld door de Hoge Raad in Den Haag op 9 oktober tot 23 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar.

Als bewijs à charge werd dit toegevoegd aan andere bewijsstukken van de contante stortingen van bedragen tussen de 3500 en 18.000 dollar door de STC bij het in Nevis gevestigde offshore-bedrijf Santana Real Estate Ltd., waarvan Loor de enige aandeelhouder was. De bedragen werden in de periode van 8 tot 29 juni 2006 gestort.

Volgens het Hof kon worden vastgesteld dat minstens een gedeelte van het geld buiten bereik van het belastingkantoor was gehouden. Dit hield de strafbare belastingontduiking in.

Volgens de Hoge Raad kwam deze werkwijze overeen met het criterium van de Financial Action Task Force (FATF) van de Organisation For Economie Cooperation and Development (OECD), die tot doel had de ontwikkeling en promotie van nationale en internationale beleidslijnen ter bestrijding van witwaspraktijken en de financiering van terroristische activiteiten.

Loor moet volgende maand weer in de rechtszaal verschijnen voor de behandeling van een onteigeningszaak.

De STC-directeuren ontkenden op de hoogte te zijn van Loor’s criminele activiteiten in die tijd. Het drietal verklaarde tegenover het Hof dat zij de legaliteit van de contante transacties van Loor niet hadden betwist. Volgens Loor had hij het geld van zijn grootvader geërfd. Uitspraak: 28 november.