Curaçao waarschuwt Raad van State voor schade van aanwijzing



WOENSDAG, 22 AUGUSTUS 2012

DEN HAAG — Is de aanwijzing van de Rijksministerraad schadelijk en buitensporig en moet de maatregel daarom uitgesteld worden? Of is de aanwijzing juist rechtvaardig en noodzakelijk? Op zoek naar het antwoord op die vraag luisterde de Raad van State in Den Haag vandaag naar de standpunten van de Curaçaose regering enerzijds en de Rijksministerraad anderzijds. Het oordeel volgt morgenmiddag, een dag voor de vergadering van de Rijksministerraad.

De zaak draaide eigenlijk alleen om het uitstel van de aanwijzing vanwege de schade aan het dagelijks bestuur, maar de inhoudelijke bezwaren kwamen wel aan de orde. Belangrijk is een meningsverschil over de uitleg van de Rijkswet Financieel Toezicht, een onderwerp dat de Rijksministerraad ook vrijdag bespreekt op verzoek van het College financieel toezicht (Cft). “Het beroep gaat niet over de voldoening aan die Rijkswet. Curaçao beschouwt die regeling niet als aan haar opgelegd, maar ook door haar gewild”, zei Douwe Boersma, die de zaak namens Curaçao bepleitte. Maar volgens de Curaçaose regering staat er nergens in de Rijkswet Financieel Toezicht specifiek genoemd met welke middelen het tekort gedekt moet worden en het is dus toegestaan om het eigen vermogen daarvoor te gebruiken, zei hij. “De Rijkswet kent geen verbod op het aanwenden van het eigen vermogen voor een tekort”, zei Boersma.

Volgens Eric Daalder, die namens de Rijksministerraad sprak, is het gebruik van het eigen vermogen een boekhoudkundig automatisme en neemt het niet de oorzaak van de tekorten weg. “Stel dat je aan het eind van het jaar een tekort hebt van 50 miljoen gulden en een eigen vermogen van 100 miljoen gulden. Dan verwerk je dat in je jaarrekening en heb je nog een eigen vermogen van 50 miljoen gulden”, zei Daalder. “Tekorten mogen worden ondervangen, maar wel gepaard met structurele maatregelen om te voorkomen dat die tekorten ontstaan. Curaçao wil de ogen sluiten en de problematiek doorschuiven naar de toekomst”, zei hij.

Pieter van Dijk, voorzitter van het college van drie rechters van de Raad van State, concludeerde hierop dat nog niet definitief is vastgesteld hoe de Rijkswet op dit punt moet worden geïnterpreteerd, verwijzend naar het advies dat het Cft hierover heeft gevraagd aan de Rijksministerraad. “Het is nog niet onherroepelijk.”

Hiermee samenhangend informeerde Van Dijk ook naar de vereisten waaraan de Curaçaose regering op 1 september moet voldoen. Volgens Daalder hoeft er dan nog geen volledige compensatie voor het tekort te zijn. “Het gaat erom dat de beslissing genomen is over de maatregelen die noodzakelijk zijn, maar die maatregelen mogen best een meerjarig karakter hebben”, zei hij.

Volgens Boersma is ook dat echter niet mogelijk op korte termijn. “Dat valt niet op 1 september te regelen. Dan zou de suppletoire begroting op die datum al goedgekeurd moeten zijn door de Staten en dat lukt niet”, zei hij. Als het eigen vermogen gebruikt mag worden voor de dekking van het tekort, dan kan de Curaçaose regering vervolgens met het Cft de maatregelen bespreken die verder nodig zijn, zei hij en benadrukte dat de relatie tussen beide partijen goed is, in tegenstelling tot het heersende beeld.

Als argument voor het uitstel van de aanwijzing noemde Boersma ook de erkenning van het Cft dat bepaalde onderdelen schade veroorzaken. Hij doelde op een overeenkomst om soepeler om te gaan met de vacaturestop en met het verbod op het aangaan van nieuwe verplichtingen. “Door de personeelsstop kunnen we mensen die met pensioen gaan bij de vleeskeuring niet vervangen, geen nieuwe meteorologen en geen mensen voor de luchtvaartinspectie, die nodig zijn in verband met de downgrading door de Federal Aviation Administration. En zelfs voor de aankoop van printerinkt is toestemming nodig”, zei Boersma. In overleg met het Cft is afgesproken dat hier soepel mee om wordt gegaan. Cft-secretaris Kees van Nieuwamerongen, die ook aanwezig was, bevestigde de afspraak. “Onze bedoeling was nooit een absolute stop. Wij hebben nu meegewerkt aan een oplossing en ik denk dat het probleem is opgelost. Er kunnen geen nieuwe verplichtingen worden aangegaan tenzij het echt noodzakelijk is voor de uitvoerende dienst”, zei hij. Daalder voegde daar aan toe dat minister Liesbeth Spies de aanwijzing op die manier interpreteert en dus akkoord gaat.

Voor Boersma is die erkenning juist een reden om de aanwijzing uit te stellen. “Er is sprake van een onwerkbare situatie. Er is bij het geven van de aanwijzing niet bedacht dat Curaçao op uitvoerend niveau veel taken heeft die in Nederland door gemeentes worden uitgevoerd. Er wordt niet één ministerie geraakt, maar het hele overheidsapparaat, zowel het beleidsmatige als het uitvoerende deel. Uiteindelijk zal het juist tot grotere tekorten leiden in plaats van een begrotingsevenwicht”, zei hij.

De uitspraak van de Raad van State wordt morgenmiddag om vier uur Nederlandse tijd gepubliceerd op de website van de organisatie.

Overvallen

De Curaçaose regering is enigszins overvallen door de aanwijzing. Althans door de vereisten die niet besproken werden met premier Gerrit Schotte en Gevolmachtigde Minister Sheldry Osepa tijdens de Rijksministerraad van 13 juli, maar die vervolgens wel in het Koninklijk Besluit over de aanwijzing stonden. ``De ontwerpversie van dat Koninklijk Besluit was niet beschikbaar voor Curaçao, dus de regering kon ook niet reageren of de implicaties hiervan inschatten,’’ zei Douwe Boersma namens de Curaçaose regering.’’ De aanwijzing zou eigenlijk alleen betrekking hebben op de noodzaak om per 1 september een realistische dekking voor de uitgaven van de gezondheidszorg te hebben en een compensatie voor de meerjaren-tekorten, zoals ook door het CFT werd voorgesteld, zei hij. ``De minister heeft vervolgens naar eigen inzicht, en niet gehinderd door enige kennis van het Curaçaos bestuur, daar allerlei zaken aan toegevoegd. De aanwijzing gaat daardoor veel verder en grijpt in op de autonome bevoegdheden van Curaçao.’’ De Rijksministerraad kent zich hierdoor ook meer bevoegdheden toe dan is toegestaan, zei hij. ``De materiële invulling ligt bij het CFT en de Raad van Ministers kan dat advies alleen maar formaliseren.’’

Volgens Eric Daalder, advocaat voor de Rijksministerraad, kan de Curaçaose regering echter onmogelijk verrast zijn door de aanwijzing, omdat er al maandenlang uitvoering formeel en informeel overleg met het CFT plaatsvond. ``Het maakt niet uit als die adviezen niet allemaal in de laatste brief van het CFT herhaald worden,’’ aldus Daalder.