Cft Halfjaarsrapportage Bonaire, Sint Eustatius en Saba: “Verbetering in financieel beheer is nodig”

CFT PERSBERICHT:

5 MAART 2012

Willemstad - Een flinke verbetering in het financieel beheer van de openbare lichamen
Bonaire, Sint Eustatius en Saba is nodig, zo constateert het College financieel toezicht
Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Cft BES) in de zesde halfjaarsrapportage die op 16
februari is aangeboden aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(BZK). Het Cft constateert dat er de afgelopen periode weinig vooruitgang is geboekt op
het terrein van het begrotingsproces en het financieel beheer. Dit geldt met name voor
de relatief kleinere openbare lichamen Sint Eustatius en Saba.


Het Cft stelt vast dat een deugdelijk begrotingsproces staat of valt met goed financieel beheer.
Zonder uit het oog te verliezen dat er sinds de start van het staatkundige vernieuwingsproces
reeds veel belangrijke stappen zijn gezet, staan de openbare lichamen nog steeds voor
grote uitdagingen. Het Cft geeft in de rapportage aan begrip te hebben voor het feit dat de
transitie naar openbaar lichaam tijd kost en dat dit veel vergt van de openbare lichamen. Het
is echter tegelijkertijd ook belangrijk om te blijven benoemen waar nog de nodige stappen
gezet moeten worden. Over de hele linie van het financieel beheer zijn verbeteringen nodig,
zoals het verplichtingen- en budgetbeheer, de begrotings- en verplichtingenadministratie,
uitvoeringsrapportages, de planning- en controlcyclus, Corporate Governance, het subisidiebeleid,
het auditjaarplan en het grondbeleid. Aangezien de (personele) capaciteit op de eilanden beperkt
is, stelt het Cft samen met de eilanden per jaar drie à vier prioriteiten vast. Omdat er een verschil
is in de voortgang tussen de openbare lichamen, zijn de afspraken per eiland verschillend.

Met ingang van 2012 dienen de begrotingen van de openbare lichamen te voldoen aan het Besluit
begroting en verantwoording openbare lichamen BES (BBV BES). Ten aanzien van Saba heeft
het Cft gebruik moeten maken van zijn bevoegdheid om alle relevante onderdelen van dit Besluit
buiten werking te stellen. Overigens zal Saba in het eerste kwartaal van 2012 de begroting alsnog
conform de BBV BES opstellen.

De begrotingsuitvoering voor 2011 en de begroting voor 2012 van Sint Eustatius is op verzoek
van het Cft door de minister van BZK in november 2011 onder Voorafgaand Toezicht (VT) gesteld.
Dit omdat voor ultimo 2011 een verwacht tekort van circa USD 1,4 miljoen werd voorzien, maar
ook vanwege de kwaliteit van de financiële administratie en het financieel beheer. De eerste
ervaringen met het VT zijn positief en het Cft verwacht dat het bij de derde uitvoeringsrapportage
verwachte tekort niet verder is opgelopen.

De jaarrekeningen 2010 van Bonaire en Saba zijn voorzien van een afkeurend oordeel door
de accountant. De controle van de jaarrekening 2010 van Sint Eustatius is bijna afgerond
en deze zal naar verwachting worden voorzien van een oordeelsonthouding. Zonder
betrouwbare verantwoordingsinformatie is het onmogelijk om een volledig zicht te krijgen op de
overheidsfinanciën en om de betrouwbaarheid van de financiële informatie te garanderen. Daarom
is de verbetering van de financiële informatievoorziening voor alle openbare lichamen als prioriteit
benoemd in de verbeterplannen van het financieel beheer voor het komende jaar. Zo is voor
Bonaire en Sint Eustatius de verbetering van de verplichtingenadministratie een van de prioriteiten
voor het komende jaar, voor Saba en Sint Eustatius de maandafsluitingen.

Capaciteitsgebrek is een belangrijke factor die bij alle openbare lichamen – zij het per openbaar
lichaam in verschillende mate - bepaalt in hoeverre verbeteringen tot stand kunnen worden
gebracht. De noodzakelijke veranderingen moeten door slechts enkele personen worden
uitgevoerd, en na een periode van (lichte) vooruitgang lijkt nu een zekere ‘verandermoeheid’ te
zijn opgetreden. In de halfjaarrapportage geeft het Cft aan dat het van belang is dat een nieuwe
impuls aan het veranderingsproces wordt gegeven. Dit is iets wat door alle bij Caribisch Nederland
betrokken partijen - de eilanden zelf, het ministerie van BZK, de Rijksvertegenwoordiger en het Cft
- opgepakt moet worden.

Naast bovenstaande vraagt het Cft in de rapportage ook expliciet aandacht voor een aantal
onafgeronde kwesties met betrekking tot de transitie. Het gaat hier onder andere om de
overgangsproblematiek van de pensioenfondsen van de Nederlandse Antillen naar Caribisch
Nederland en de eventuele verrekening als gevolg van meer of minder gebruik van de
tekortenreeks die de drie openbare lichamen was toegestaan in de periode 2008 t/m 2010. Het is
van groot belang dat over deze kwesties besluiten worden genomen door de betrokkenen, zodat
alle partijen weten waar zij aan toe zijn en zij zich volledig kunnen richten op de toekomst, in
plaats van veel energie te moeten steken in het verleden. Zeker gezien de beperkte capaciteit is
dit noodzakelijk om voor de toekomst de gewenste verbeteringen in het begrotingsproces en het
financieel beheer te kunnen realiseren.