Arubaanse PG Blanken: ‘Nieuw wetboek behoeft afspraken Koninkrijk’



WOENSDAG, 05 SEPTEMBER 2012

ORANJESTAD — “Er zijn veel nieuwe interventies, die een effectievere en meer gerichte aanpak van criminaliteit mogelijk maken. Ik ben van mening dat deze maatregelen in Koninkrijksverband zouden moeten worden gerealiseerd of dat afspraken binnen de regio moeten worden gemaakt.” Hiervoor pleit plaatsvervangend procureur-generaal (PG) Peter Blanken van het Openbaar Ministerie (OM) naar aanleiding van het vernieuwde Wetboek van Strafrecht.

De Staten van Aruba hebben onlangs het gemoderniseerde wetboek aangenomen en deze zal volgens Blanken naar verwachting op 1 januari 2013 van kracht worden. En dat heeft gevolgen voor het OM, het Gerecht, het bestuur en ketenpartners. “Vaststaat dat de uitwerking van deze maatregelen het Land Aruba voor grote uitdagingen stelt”, aldus de PG in zijn voordracht tijdens de installatie vrijdag van drie nieuwe rechters bij de universiteit.

Tbs en pij

Grote veranderingen zijn vooral de maatregel Terbeschikkingstelling (tbs) en de maatregel Plaatsing in een inrichting voor jongeren (pij). Zeer belangrijke wijzigingen, aldus de hoofdofficier: “Een goede rechtspleging maakt deze tbs-maatregel noodzakelijk, maar de volledige realisatie betekent voor het Land Aruba wel hoge kosten in de sfeer van infrastructuur en gekwalificeerde expertise. Een gezamenlijke Caribische forensisch-psychiatrische inrichting zou een goede oplossing zijn, maar vraagt samenwerking binnen het Koninkrijk of binnen de regio.” Ook de vernieuwing van het jeugdstrafrecht vergt volgens Blanken veel van Aruba qua infrastructuur en deskundigheid. Over de maatregel Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (SOV), die gericht is op afkicken en rehabilitatie, zegt hij dat ook dit investeringen met zich meebrengt. “Maar gelet op de huidige aanpak van de regering van Aruba over de zwerverproblematiek en de nieuwe infrastructuur bij het KIA acht ik de SOV-maatregel goed en snel realiseerbaar.”

Noodweer

De hoofdofficier besteedt tijdens de voordracht ook aandacht aan de nieuwe formulering van de straf- en uitsluitinggronden. Hij geeft aan dat één aspect daarvan reeds veel aandacht heeft gekregen in de media, namelijk noodweer door de huiseigenaar. “Het beeld is ontstaan dat een bewoner die in zijn woning wordt geconfronteerd met een inbreker, op basis van het nieuwe wetboek een vrijbrief heeft om onbeperkt geweld te gebruiken. Dat is niet juist.” Hij geeft aan dat, net als onder de oude wetgeving, een bewoner die een inbreker in zijn huis aantreft, gepast geweld mag gebruiken om zich te verdedigen. Maar hij wordt niet meer door de politie wegens mishandeling of erger aangehouden en meegenomen naar het politiebureau. Blanken maakt duidelijk dat het nieuwe wetboek uitgaat van de veronderstelling dat de bewoner zich op noodweer kan beroepen en dat hij verondersteld wordt onschuldig te zijn tot het OM het tegendeel kan bewijzen. De eisen van subsidiariteit en proportionaliteit blijven dus wel bestaan. “Nogmaals, de nieuwe regeling is dus nadrukkelijk geen vrijbrief voor de bewoner om iedere indringer af te schieten”, benadrukt Blanken.

 



10 SEPTEMBER 2012

AD 10.09.12 II