Select region: 

As of June 2017 all Government News has been added to the Government News Archive. We look forward to providing you with more services through our Government Publications. Stay tuned for more insights on our new website releasing soon.

Laboratoria Familiar verliest geding tegen nationale verzekeraar AZV op Aruba

VRIJDAG, 01 MAART 2013

ORANJESTAD — Het is aan de bodemrechter om te beoordelen of nationale verzekeraar AZV het recht had om eenzijdig een vast budget voor labonderzoeken en declaraties vast te stellen. Dat blijkt uit het vonnis in het kort geding dat Laboratoria Familiar tegen AZV aanspande en verloor.

De partijen gaan echter wel weer om tafel, nadat Volksgezondheid-minister Richard Visser (AVP) na het vonnis de wens uitte dat de partijen toch nog gezamenlijk tot een oplossing komen.

De reden dat de kort geding-rechter de toetsing van het besluit van AZV over het labbudget aan de bodemrechter overlaat, heeft te maken met de beschikbare informatie die beide partijen aanleverden. Zowel door AZV als het lab zijn onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd.

Laboratoria Familiar maakte het bestaan van een spoedeisend belang voor het kort geding wel voldoende aannemelijk, schrijft de rechter in het vonnis. Vastgesteld is namelijk dat AZV een bedrag van ruim anderhalf miljoen florin aan declaraties niet heeft betaald aan het lab. En dat de niet-betaalde facturen een aanzienlijk deel van de jaarlijkse omzet van het lab betreffen, waardoor deze nu problemen ondervindt in haar bedrijfsvoering. Het verweer van het uitvoeringsorgaan dat er onvoldoende spoedeisend belang is, werd om die reden dan ook verworpen. Maar de vraag of voldoende aannemelijk kan worden gemaakt dat AZV ‘gehouden is om de facturen te voldoen’ kon de rechter op basis van de geleverde feiten en omstandigheden voor het kort geding dus niet beantwoorden.

Uit de informatie door de partijen wel aanvoerden, blijkt dat AZV vanaf 24 september 2010 initiatieven heeft ondernomen om voor de vaststelling van nieuwe tarieven met Laboratoria Familiar in onderhandeling te treden. Maar dit leidde niet tot een daadwerkelijke onderhandeling en gezamenlijk overeengekomen tarieven waardoor AZV eenzijdig voor het jaar 2011 en 2012 een maximaal budget vaststelde. Volgens AZV mocht het lab hierbij nog steeds op basis van oude tarieven haar handelingen declareren, maar was op die manier het aantal te declareren handelingen wel beperkt. Het lab overschreed dit beperkte aantal echter en daarmee dus het budget, maar bleef onderzoeken verrichten en de kosten hiervan in rekening brengen bij het uitvoeringsorgaan.

Om tafel

Minister Visser liet aan Amigoe weten dat hij graag ziet dat beide partijen weer om tafel gaan met elkaar om gezamenlijk tot een compromis te komen. Beide partijen lijken gehoor te geven aan deze wens, want inmiddels heeft Laboratoria Familiar aan AZV laten weten ook de intentie te hebben om zo snel mogelijk om tafel te gaan zitten. Dit bevestigt AZV vanmorgen. Irene van der Linde, directeur van Laboratoria Familiar, stuurde gisteren per e-mail een deel van het vonnis naar de pers om zo hun cliënten en de bevolking te informeren.

Monopoliepositie

Volgens de rechter gaat het er bij de beoordeling van de vordering van Laboratoria Familiar om of AZV in de contractuele relatie met het lab al dan niet bevoegd was om – vooruitlopend op de vaststelling van nieuwe tarieven – over 2011 en 2012 eenzijdig en met onmiddellijke ingang een budget vast te stellen. En of AZV hiermee dus het aantal labonderzoeken inperkte. Hij vindt dat in de beoordeling meegenomen moet worden dat partijen een bijzondere contractuele relatie hebben die wordt ingegeven door de monopoliepositie van AZV op de Arubaanse markt van zorgverzekeringen. De vergoedingen worden namelijk gefinancierd ‘uit publieke middelen’ en het uitvoeringsorgaan heeft de zorg om de kosten beheersbaar te houden. Daarnaast is er de afweging dat het lab een particuliere onderneming is die haar bedrijfsvoering winstgevend moet kunnen verrichten en al langdurig laboratoriumonderzoeken doet bij AZV-verzekerden.


Onvoldoende feiten

Verhoeven stelt dus in het vonnis dat er onvoldoende relevante feiten en omstandigheden zijn aangevoerd en dat de vraag of het uitvoeringsorgaan bevoegd was om eenzijdig een budget vast te stellen door de bodemrechter zal moeten worden beantwoord. Hij geeft in het vonnis een aantal vragen mee dat kan bijdragen aan de beoordeling van de feiten en omstandigheden in een bodemprocedure.

Zo vraagt hij zich onder andere af of het een reële verwachting van AZV is dat de tarieven voor laboratoriumonderzoeken naar beneden kunnen worden bijgesteld. Temeer omdat kostprijscalculaties nog niet hebben plaatsgevonden en decennia lang niet zijn aangepast. Ook is de vraag of de vaststelling van het budget een proportioneel middel is om de kosten voor de zorg te kunnen beheersen. Op basis van welke criteria is het budget vastgesteld, hoe verhoudt zich dit tot kosten die in voorgaande jaren werden gemaakt voor laboratoriumonderzoeken en is hierbij voldoende rekening gehouden met de ‘gerechtvaardigde’ belangen van de laboratoria. Verder vraagt de rechter zich af of het aan Laboratoria Familiar toegekende budget ‘noopt tot (ingrijpende) wijzigingen in de bedrijfsvoering’. En als dat het geval is, op welke termijn konden deze ‘in redelijkheid’ worden doorgevoerd. Een andere vraag in het vonnis is in hoeverre de overschrijding tot een overschrijding leidt van het totaal voor alle laboratoria gereserveerde budget.

Share this page:
« Back
Back to Top