Select region: 

As of June 2017 all Government News has been added to the Government News Archive. We look forward to providing you with more services through our Government Publications. Stay tuned for more insights on our new website releasing soon.

Raad van State: Begrotingsevenwicht vastleggen in Arubaanse grondwet

ZATERDAG, 16 MAART 2013

ORANJESTAD — De Raad van State en de drie Raden van Advies van Aruba, Curaçao en St. Maarten buigen zich bij het aankomende Radenoverleg onder andere over het in de grondwet vastleggen van het begrotingsevenwicht (balanced budget rule).

Het is één van de vraagstukken waar de Raden in alle landen tegenaan zijn gelopen, zegt Piet Hein Donner, vicevoorzitter van de Raad van State in een interview met Amigoe. Net als de Raad van Advies op Aruba, is de Raad van State de onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur. Donner bracht gisteren een kennismakingsbezoek aan de Raad van Advies van Aruba. Een dag eerder arriveerde de vicevoorzitter al en had gesprekken met de Arubaanse autoriteiten. Het bezoek is in het kader van een hernieuwde kennismaking met de Caribische eilanden in het Koninkrijk in zijn huidige functie. Hiervoor was Donner immers als Nederlandse minister verantwoordelijk voor Koninkrijksrelaties.

“Je komt hier in een andere functie. Gelukkig is er een zekere tijd over gegaan, want de laatste keer was met het bezoek van de Koningin in november 2011. En heleboel mensen die ik als minister ontmoette, heb ik nu als vicepresident ontmoet. Als minister zit je heel sterk in hoe bepaalde problemen worden opgelost, wat zijn de vragen waar Nederland en Aruba, Nederland en de andere landen, gemeenschappelijk beslissingen over moeten nemen. Als vicepresident van de Raad van State van het Koninkrijk kijk je echter hoe de verschillende landen functioneren, hoe het gaat met de voorzieningen, hoe de overheden daar functioneren. Je moet zorgen dat je daar toch weer een beeld van krijgt.”

Het betekent nu vooral informeren en kijken wat de Raad van State van het Koninkrijk kan betekenen voor de verschillende landen, aldus Donner: “Heb ik voldoende informatie, zicht op en voldoende kennis van wat in de landen gebeurt om als vicepresident te kunnen functioneren en om de andere Raden met advies te kunnen helpen.”

Deugdelijk bestuur

De informatie die hij krijgt, gaat over problemen die in alle vier de landen spelen, zoals problemen met de overheidsfinanciën en problemen van besluiten die genomen moeten worden. Ook vraagstukken zoals die zich vooral op Curaçao en St. Maarten het afgelopen jaar hebben afgespeeld – over de werking van de Staatsregeling – komen naar voren. Een belangrijk en blijvend aspect op de agenda van de Raden, is deugdelijkheid van bestuur. “Ik zit hier niet om te beoordelen hoe dat op Aruba gaat, want dat is primair een kwestie tussen de Raad van Advies van Aruba en de Arubaanse regering. Maar je kunt wel elkaar helpen, zo van dat probleem zijn we daar tegenkomen en dat hebben we zo opgelost. Er kunnen ook andere vraagstukken spelen waar in de Nederlandse wetgeving meer gelet op zou moeten worden als je kijkt naar de landen van het Koninkrijk.”

Het Statuut is volgens hem duidelijk over het waarborgen van deugdelijkheid van bestuur. Ieder land is daar in eerste instantie zelf voor verantwoordelijk. Pas als een land zelf niet in staat is om die deugdelijkheid te waarborgen, zegt Donner, komt de vraag aan de orde wat het Koninkrijk kan doen. “Die vraag duikt zo af en toe op, maar heeft nog nooit actief gespeeld in de zin dat er dan een maatregel getroffen hoeft.” De Raden maken deel uit van het mechanisme hoe deugdelijk bestuur in de landen wordt gegarandeerd. Donner is bekend met de verhoudingen op de eilanden, zoals ook op Aruba, die het werk van de Raden niet zo gemakkelijk maken. Maar de Raden kunnen juist daarin steun bij elkaar vinden, meent hij, door ervaringen uit te wisselen.

Begrotingsevenwicht

Zoals over het vraagstuk dat de Arubaanse Raad van Advies tijdens het aankomende Radenoverleg (20-22 maart op St. Maarten) zal inbrengen over het vastleggen van de begrotingsevenwicht in de grondwet. De Raad heeft een discussienotitie opgesteld ‘Constitutionele verankering van begrotingsevenwicht’ met vragen als: ‘Welke garanties biedt zo’n verankering van een balanced budget rule voor deugdelijkheid van bestuur ten aanzien van de openbare financiën?’. “In Nederland hebben we dit precies zo aan de orde gehad in de wet Houdbare overheidsfinanciën. Wat kan daarin de rol van de Raad van State zijn, het advies, en wat moet het niet zijn. Ik kan op een gegeven moment wel wijzen op punten waar we in Nederland in het bijzonder aandacht voor hebben gevraagd. In Nederland speelt wel iets heel anders, daar gaat het om de procedures met Brussel waarin eisen gesteld worden.”

Bij die discussies tussen de Raden, benadrukt Donner, gaat het er dus niet om dat de ene Raad de andere zegt hoe het moet. “Je geeft elkaar inzicht. Omdat je allemaal te maken hebt met een overheid, met een politiek systeem dat kampt met problemen. Vooral problemen van hoe kan ik de uitgaven onder controle krijgen, hoe kan ik de moeilijke beslissingen nemen die genomen moeten worden, in een systeem waar je na een paar jaar weer naar de kiezers moet. In de praktijk zijn daar oplossingen voor gevonden en die kan je uitwisselen.”

Profijt van elkaar

Desgevraagd legt Donner uit dat deugdelijkheid van bestuur niets te maken heeft met het pakket dat de overheid aanbiedt aan haar burgers. “Deugdelijk heeft ermee te maken dat wat je doet, ook behoorlijk gebeurt en rendabel, dus dat de kosten en prestaties proportioneel in verband staan. Dat is dus een hele andere vraag dan wat ik als kleine overheid wel of niet kan aanbieden. Die vraag zal zonder meer spelen. Als kleine politieke gemeenschap heb je minder middelen en is de vraag: als ik zoveel geld heb, wat doe ik er dan mee? Dat is de hele discussie waar overheden en besturen nu mee zitten. Men heeft in de loop van de tijd zoveel dingen vastgelegd, van dat doen we ook en dat ook. In deze tijd moet echter geconstateerd worden dat we dit niet allemaal meer kunnen betalen. Dat is de vraag waar de democratie nu tegenop loopt: hoe verdelen we de pijn? Waar beslissen we dat we teruggaan? En daar hebben ze weinig ervaring mee. Tot nu toe ging het altijd over: hoe verdelen we meer?”

Volgens de vicevoorzitter kan een regering als Aruba (van een klein land) niet willen dat we allemaal hetzelfde niveau moeten hebben als in Nederland of de Verenigde Staten. Op de vraag of er een minimumniveau is, antwoordt hij: “Er is inderdaad geen minimum; dat is wat je met de mensen samen uitmaakt. Want er is geen objectief criterium. Want anders moet je zeggen: als we dat minimum willen, dan zou dat betekenen dat we onszelf moeten opheffen en aansluiting zoeken bij anderen. En dat is het laatste wat de intentie was van de Status Aparte. Daarom is het heel belangrijk dat je juist binnen het Koninkrijk kunt zeggen: hoe kunnen we zoveel mogelijk profijt hebben van het Koninkrijk. Namelijk, hoe kunnen we die dingen die we niet zelf kunnen doen, van de ander leren, zodat wij het goedkoper kunnen doen.”

Niet alles tegelijk

Donner plaatst daarbij wel een kanttekening. “Het kan dan ook weer niet zo zijn dat, als je op een gegeven moment als overheid hebt besloten van wij voorzien in bepaalde opzichten in de gezondheidszorg, dat er een situatie komt van: in Nederland maken we de injectienaalden schoon, maar hier doen we dat niet, want dat is te duur. Dan moet je dus geen injectienaalden gebruiken. Dat is een beslissing die je kunt nemen. Je kunt echter niet zeggen: we doen het allemaal, maar wat slordig.”

Als dat de discussie is, meent de vicevoorzitter, dan kunnen burgers zeggen dat ze daar geen genoegen mee nemen. “Maar een regering moet dan ook kunnen zeggen: ja, het spijt me maar we doen het dan helemaal niet, want we hebben maar zoveel geld en kunnen niet alles tegelijk.”

Kijken hoe Aruba dat doet

Deugdelijk bestuur met daarbij de kwestie van gezonde overheidsfinanciën zijn punten die maar moeilijk oplosbaar lijken op Aruba, in het Koninkrijk. Donner vindt echter dat de vele discussies hierover niet onderschat moeten worden. “Het is niet iets van: je hebt iets bereikt en gewoon verder gaan. Ieder vier jaar wisselen we bovendien van personeel. Hier is er een grotere continuïteit dan in Nederland. Reken maar eens uit hoeveel minister-presidenten je hier de afgelopen tien jaar hebt gehad en hoeveel dat er waren in Nederland. In die zin zou Nederland ook eens kunnen kijken hoe ze het hier doen op Aruba.”

Share this page:
« Back
Back to Top